Autofiscaliteit de nieuwe wetgeving uitgelegd NIEUWS - Oktav Live Boekhouden Fiscaliteit

Autofiscaliteit: de nieuwe wetgeving uitgelegd

| | Fiscaliteit

Er is een nieuwe wetgeving inzake autofiscaliteit van kracht. De veranderingen zijn zowel voor zelfstandigen als ondernemingen en werkgevers als werknemers van belang. De nieuwe fiscale regels gelden namelijk zowel in de vennootschapsbelasting als in de personenbelasting.

Nieuwe aftrekregeling

Zowel in de vennootschapsbelasting als in de personenbelasting zijn er nieuwe aftrekregels voor auto- en brandstofkosten. In de personenbelasting (eenmanszaken) wordt met ingang van 1 januari 2018 de forfaitaire aftrek van 75% voor autokosten afgeschaft. Er wordt een aftrekregeling geïmplementeerd zoals die momenteel van toepassing is in de vennootschapsbelasting. Dit om de fiscale regeling rond autokosten te harmoniseren. Bij deze regeling is het aftrekpercentage afhankelijk van de CO₂-uitstoot van het betrokken voertuig. Zelfstandigen worden nu dus ook gestimuleerd om na te denken over de vergroening van hun wagenpark. Om rechtszekerheid te bewaren is er een overgangsregeling voorzien: personenwagens die voor 1 januari 2018 werden aangeschaft (of besteld) of waarvan het leasecontract werd afgesloten voor deze datum blijven voor minimum 75% aftrekbaar zolang de desbetreffende personenwagen wordt gebruikt.

Met ingang vanaf 1 januari 2020 wordt met de invoering van een vernieuwde en eenvormige aftrekregeling de fiscaliteit van alle voertuigen volledig geharmoniseerd, zowel in de personen- als in de vennootschapsbelasting (hierover verder meer).

Ook het fiscaal regime van professionele meerwaarden op auto’s in de personenbelasting wordt aangepast. Met ingang vanaf 1 januari 2018 wordt het belastbaar bedrag van de professionele meerwaarden (in de categorie ‘winsten’ en ‘baten’) vastgesteld op dezelfde manier als de regeling in de vennootschapsbelasting (in functie van de CO₂-uitstoot). Zo komt het gedeelte van de belastbare meerwaarde overeen met het percentage dat gelijk is aan de verhouding tussen de fiscaal aangenomen afschrijvingen en de geboekte afschrijvingen. Vanaf 1 januari zullen ook op dit vlak de nieuwe regels rond autofiscaliteit gelden.

De aftrekregeling van auto-en brandstofkosten zoals deze vandaag bestaat in de vennootschapsbelasting, blijft hetzelfde tot en met 31 december 2019. Vanaf 1 januari 2020 zal de nieuwe geharmoniseerde wetgeving inzake autokosten (cfr. Hierboven) gelden. Deze wijziging introduceert, zowel in de personen-als in de vennootschapsbelasting, een nieuwe berekeningswijze van het aftrekpercentage van zowel auto- als benzinekosten. Benzinekosten zullen namelijk hetzelfde regime volgen als autokosten vanaf 1 januari 2020 en worden dus aftrekbaar in functie van de CO₂-uitstoot van de betrokken wagen.

Het aftrekpercentage wordt in de vernieuwde wetgeving berekend met volgende formule: 120% - (0,5% * coëfficiënt * aantal gram CO₂/km).

De coëfficiënt wordt als volgt vastgesteld:

  • 1,00: voor voertuigen met een dieselmotor en dieselvarianten zoals bv. hybride diesels (voor de bijzondere regeling inzake hybride voertuigen, zie hierna).
  • 0,90: voor voertuigen met een motor op aardgas (CNG) met een belastbaar vermogen van minder dan 12 fiscale paardenkracht.
  • 0,95: voor alle voertuigen met een andere motor (biobrandstof, LPG, benzine, elektrische motor, …) dan hierboven vermeld.

Het percentage dat berekend wordt met deze formule mag niet lager zijn dan 50% en niet hoger dan 100%. Voor personenwagens met een CO₂-uitstoot van 200 gram CO₂/km of meer geldt slechts een aftrekpercentage van 40%. Voor elektrische wagens wordt de 120% aftrek dus helemaal afgeschaft. We geven een aantal voorbeelden:

  • Een dieselwagen met een CO₂-uitstoot van 98 gram CO₂/km: 71% (ofwel 120%-(0,5%*1*98)).
  • Een benzinewagen met een CO₂-uitstoot van 98 gram CO₂/km: 73,45% (ofwel 120%-(0,5%*0,95*98)).
  • Een dieselwagen met een CO₂-uitstoot van 190 gram CO₂/km: 50% (minimum)
  • Een dieselwagen met een CO₂-uitstoot van 25 gram CO₂/km: 100% (maximum)

Deze nieuwe manier van berekenen van het aftrekpercentage is met ingang van 1 januari 2020 van toepassing op alle bedrijfswagens. Ook voor de wagens die al gekocht zijn voor 1 januari 2020 en voor tweedehandswagens. Er is 1 uitzondering, namelijk voor bedrijfswagens die voor 1 januari 2018 werden besteld, aangekocht of geleased op naam van een eenmanszaak (zie hierboven: overgangsregeling personenbelasting). De kosten voor de financiering van een bedrijfswagen worden expliciet uitgesloten uit het toepassingsgebied van de nieuwe aftrekregeling en blijven dus voor 100% aftrekbaar. Ook in de vennootschapsbelasting zal het belastbaar bedrag van de meerwaarden op auto’s vanaf 1 januari 2020 berekend worden overeenkomstig de nieuwe berekeningswijze van de aftrekbeperking.

Voor de ‘valse hybrides’ zal er een bijzondere regeling komen. De aankoop van deze voertuigen zal namelijk fiscaal worden afgestraft vanaf 1 januari 2020. De valse hybrides (plug-in hybrides) worden gedefinieerd als wagens die deels op brandstof en deels op een oplaadbare batterij werken maar waarvan de capaciteit van de elektrische batterij maar een beperkt gebruik toelaat. Deze voertuigen kunnen slechts een zeer korte afstand afleggen op de batterij en rijden dus bijna uitsluitend op brandstof. Afgelopen jaren waren deze voertuigen aantrekkelijk door hun gunstige fiscale regime (hoge fiscale aftrekbaarheid en vrij laag voordeel van alle aard voor privégebruik). Dit regime wordt nu als unfair beschouwd. Daarom wordt er een eigen berekening van CO₂-uitstoot ingevoerd voor deze valse hybrides met ingang vanaf 1 januari 2020. De CO₂-uitstoot is afhankelijk van de energiecapaciteit van de batterij in verhouding tot het autogewicht (uitgedrukt als kWh/100 kg) en van de meegedeelde CO₂-uitstoot van de wagen:

  • Als een voertuig uitgerust is met een elektrische batterij met een energiecapaciteit van < 0,5kWh/100kg wagengewicht of een uitstoot heeft van >50 gram CO₂/km, dan is het CO₂-uitstootgehalte gelijk aan dit van een overeenstemmend voertuig in de niet-hybride versie. Als er geen overeenstemmende niet-hybride versie beschikbaar is dan wordt het CO₂-uitstootgehalte berekend door het CO₂-uitstootgehalte van de hybride versie te vermenigvuldigen met 2,5.
  • Als een voertuig uitgerust is met een elektrische batterij met een energiecapaciteit van ≥0,5kWh/100kg wagengewicht en een uitstoot heeft van ≤50 gram CO₂/km, dan is het toepasselijke CO₂-uitstootgehalte de meegedeelde uitstootwaarde van de hybride versie.

Ook hiervoor is een overgangsregeling vastgesteld. Voor hybride wagens die besteld of gekocht werden of waarvan het leasecontract werd afgesloten voor 1 januari 2018 blijft het meegedeelde hybride CO₂-uitstootgehalte ook na 1 januari 2020 gelden. De vernieuwde aftrekregels voor auto- en benzinekosten zijn vanaf 1 januari 2020 van toepassing op valse hybrides, net zoals op alle andere bedrijfswagens. Het enige verschil is het herberekend CO₂-uitstootgehalte bij hybride wagens.

Autokosten toebehorend aan derden

Tot voor kort bestond er enkel een uitzondering in de wetgeving in verband met de aftrekbeperking voor autokosten van voertuigen van erkende rijscholen, taxibedrijven en voertuigen die enkel aan derden verhuurd worden. De autokosten m.b.t. deze voertuigen waren 100% aftrekbaar in hoofde van de eigenaars. De uitzondering gold echter niet voor belastingplichtigen die zelf geen eigenaar waren van het voertuig, maar dit bijvoorbeeld huurden van derden.

De nieuwe wetgeving voorziet nu dat ook in zulke gevallen de aftrekbeperking enkel geldt voor de belastingplichtige die eindgebruiker is van deze voertuigen, dit als dat de voertuigen enkel verhuurd worden. In geval van doorrekening van de autokosten moet de aftrekbeperking toegepast worden op degene die de kosten doorgerekend krijgt en dus niet op degene die ze doorrekent. Dit omdat deze kosten uitdrukkelijk en afzonderlijk op de factuur staan vermeld.

Op deze manier creëert de wetgever duidelijkheid over een specifieke problematiek van de toepassing van de aftrekbeperking voor autokosten. Zo wordt ook de economie van de algemene aftrekbeperking gerespecteerd.

Wat verandert er voor de werknemer?

Het voordeel alle aard voor bedrijfswagens verandert in het algemeen niet, behalve dan in het geval van de valse hybrides. Voor de berekening van het voordeel alle aard voor privégebruik van de valse hybrides aangeschaft vanaf 1 januari 2018 zal desgevallend het aangepaste CO₂-uitstootgehalte gebruikt worden zoals dat van toepassing is voor de berekening van het aftrekpercentage in de vennootschapsbelasting.

Het wetsontwerp van 15 december 2017 introduceerde een nieuwe regeling voor werknemers die lang genoeg een bedrijfswagen hebben. Zij kunnen deze inleveren voor een mobiliteitsvergoeding die hetzelfde fiscaal en sociaal voordelig statuut heeft als de bedrijfswagen zelf (Mobiliteitsvergoeding of “Cash for Car”). De wetgeving werd recentelijk goedgekeurd in de Kamer. Nu is het afwachten op definitieve wetteksten. De mobiliteitsvergoeding kan niet gecombineerd worden met verplaatsingsvergoedingen voor woon-werkverkeer. Het mag, voorafgaand aan het inruilen van de bedrijfswagen, ook geen aanleiding geven tot een vermindering in loon. De vergoeding wordt berekend op basis van de catalogusprijs van de ingeleverde bedrijfswagen en wordt elk jaar geïndexeerd. Ze zal ook onderworpen worden aan een solidariteitsbijdrage (net zoals bij de bedrijfswagen), is aftrekbaar voor de werkgever in dezelfde mate als de kosten van de ingeleverde bedrijfswagen en is belastbaar bij de werknemer ten belope van een bedrag vergelijkbaar met het privé belastbaar voordeel alle aard voor de bedrijfswagen. De oorspronkelijke inwerkingtreding van deze nieuwe regeling was voorzien voor 1 januari 2018. Voorlopig is niet duidelijk vanaf wanneer deze nieuwe wetgeving effectief toepasselijk zal zijn.

Wens je meer informatie?

We organiseren met Moore Stephens een businessclass rond autofiscaliteit. Klik hier voor de data.

Anne-Sophie Van den Bosch – Manager Tax & Legal - annesophie.vandenbosch@moorestephens.be