Btw-statuut van de bestuurder-rechtspersoon - geen keuzemogelijkheid meer - Oktav Live Boekhouden fiscaliteit

Btw-statuut van de bestuurder-rechtspersoon - geen keuzemogelijkheid meer

| | Fiscaliteit

Per 1 juni 2016 werd de keuzemogelijkheid voor een bestuurder-rechtspersoon om het bestuurdersmandaat al dan niet aan btw te onderwerpen ingetrokken. In bepaalde gevallen kan echter toch nog aan de btw-heffing worden ontkomen. Een kort overzicht van de nieuwe situatie.

Evolutie - stand van zaken tot 31 mei 2016

Bestuurders-rechtspersonen hadden tot 31 mei van dit jaar nog de mogelijkheid om hun bestuurdersmandaten al dan niet aan btw te onderwerpen. Deze gemaakte keuze was in principe onherroepelijk en moest gelijktijdig worden toegepast voor alle uitgeoefende bestuurdersmandaten.

Dit keuzestelsel, dat formeel werd bekritiseerd door de diensten van de Europese Commissie, werd per 1 juni 2016 opgeheven. Vanaf dan worden bestuurders-rechtspersonen aangemerkt als btw-belastingplichtigen en zijn ze aan de btw onderworpen voor de handelingen die zij als dusdanig verrichten. De betrokken bestuurders-rechtspersonen dienen zich principieel vanaf die datum ook voor die activiteit als btw-belastingplichtige te laten registreren.

Bestuurders-natuurlijke personen ontspringen vooralsnog de dans; zij worden door de btw-administratie nog altijd geacht niet zelfstandig op te treden in hun functie als ‘orgaan’ van de vennootschap en blijven dus buiten het toepassingsgebied van de btw.

Alle mandaten en vergoeding principieel onderworpen aan de btw - vanaf 1 juni 2016

Alle rechtspersonen die een bezoldigd mandaat opnemen (onbezoldigde handelingen zijn in principe ook niet aan btw onderworpen) als bestuurder, gedelegeerd, bestuurder, zaakvoerder, maar ook vereffenaar, vallen met ingang van 1 juni 2016 onder de btw. De uitoefening van een dergelijk mandaat veronderstelt dat de bestuurder-rechtspersoon een algemene bevoegdheid van het beheer, controle en leiding heeft over de bestuurde vennootschap.

Alle vergoeding die aan de rechtspersoon-bestuurder worden toegekend zijn aan de btw onderworpen; de aard van de vergoedingen speelt in principe geen rol. Het kan gaan om vooraf afgesproken vaste of veranderlijke vergoedingen, aanwezigheidsvergoedingen, zitpenningen of tantièmes. Dividenden die worden toegekend aan de bestuurder-rechtspersoon/aandeelhouder zijn echter niet aan de btw-onderworpen; zij worden immers niet aangemerkt als de tegenprestatie voor bestuurdershandelingen, maar vloeien louter voort uit het aanhouden/eigendom van de aandelen.

Belangrijk te noteren is dat de vergoeding praktisch gezien enkel aan de btw onderworpen zullen worden als het belastbaar feit zich voordoet op 1 juni 2016 of later. Hier worden voor alle soorten vergoedingen de normale regels inzake het belastbaar feit en de opeisbaarheid van btw toegepast. In principe zijn diensten van bestuurders-rechtspersonen doorlopende diensten die aanleiding geven tot opeenvolgende afrekeningen of betalingen, zodat de dienst als verricht wordt beschouwd bij het verstrijken van elke periode waarop een afrekening of betaling betrekking heeft. Enkel voor tantièmes wordt de btw opeisbaar op het moment waarop de jaarlijkse algemene vergadering de beslissing tot uitkering van de tantièmes neemt. M.a.w. wanneer de algemene vergadering plaatsvindt na 31 mei 2016 zijn de uitgekeerde tantièmes aan btw onderworpen, zelfs als hebben ze betrekking op een periode die voor deze datum ligt!

(Geen) recht op aftrek van (historische) btw

Nu ze per definitie als btw-belastingplichtige worden aangemerkt, hebben de bestuurders-rechtspersonen onverkort recht op aftrek van btw op hun inkomende handelingen (aankopen) volgens de normale regels, met inachtname van de gewone aftrekbeperkingen en -uitsluitingen.

De btw-administratie is echter van oordeel dat de bestuurders-rechtspersonen geen recht hebben op historische aftrek van btw, i.e. btw geheven van goederen en/of diensten/bedrijfsmiddelen (investeringen) die voortaan gebruikt zullen worden voor de uitoefening van een aan de btw onderworpen activiteit. De fiscus is immers van oordeel dat de bestuurder-rechtspersoon die in het verleden niet opteerde voor de toepassing van de btw niet de hoedanigheid had van btw-belastingplichtige en de positieve regularisatie van de historische btw niet mogelijk is. Dit is minstens voor discussie vatbaar; enerzijds ontstaat de btw-belastingplicht niet door keuze, maar wel uit kracht van de btw-richtlijn/wet, anderzijds stelde de fiscus niet dat de bestuurder-rechtspersoon geen btw-belastingplichtige was, wel dat om praktische redenen én om geen discriminatie in het leven te roepen met de natuurlijke personen de btw-identificatie niet werd geëist …

Btw-kost toch nog vermijden?

De nieuwe regeling kan uiteraard belangrijke extra btw-kosten met zich meebrengen, vooral in de gevallen waarbij de bestuurde vennootschap geen of slechts gedeeltelijke recht op aftrek van btw heeft. Er zijn echter nog wel enkele ‘ontsnappingsroutes’!

In eerste instantie kan beroep gedaan worden op de regeling voor kleine ondernemingen. Belgische bestuurders-rechtspersonen wiens belaste bestuurdersvergoedingen de omzetdrempel van 25.000€ per jaar, ex btw, niet overschrijdt, kunnen zich beroepen op de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen, zodat er geen btw moet worden aangerekend op de bestuurdersvergoedingen, maar ook geen recht op aftrek van btw hebben.

Daarnaast is er ook een combinatie met andere (vrijgestelde) handelingen mogelijk. Ingeval de bestuurder-rechtspersoon, naast de uitoefening van het bestuurdersmandaat, ook nog andere diensten verleent aan de bestuurde vennootschap, kunnen deze handelingen hun eigen btw-behandeling volgens en mogelijks onder de btw-vrijstelling voor medische diensten, verzekeringshandelingen of andere vrijgestelde handelingen vallen. Hiervoor moet echter wel voor een objectieve en formele vaststelling van de verschillende prestaties door de bestuurder-rechtspersoon worden gezorgd; bij gebreke hieraan gaat de btw-administratie ervan uit dat minstens 25% van de vergoeding dient toegerekend te worden aan de bestuurdersactiviteit.

Tenslotte kan ook de figuur van de btw-eenheid soelaas brengen. Hiervoor moeten de potentiële leden van de btw-eenheid principieel financieel, economisch en organisatorisch met elkaar verbonden zijn. Dat is in de praktijk niet steeds mogelijk, omdat tussen de bestuurders van de exploitatievennootschap deze voorwaarden niet vervuld zijn. De btw-administratie aanvaardt in dit kader echter wel dat de oprichting van een btw-eenheid toch mogelijk is indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • de bestuurders-rechtspersonen zijn zowel aandeelhouder als bestuurder van de exploitatievennootschap;
  • de bestuurders-rechtspersonen bezitten samen rechtstreeks meer dan 50% van de stemrechten verbonden aan de maatschappelijke rechten van de exploitatievennootschap;
  • er bestaat een overeenkomst tussen de bestuurders-rechtspersonen op grond waarvan zij zich ertoe verbinden dat elke beslissing intake de oriëntatie van het beleid van de exploitatievennootschap moet genomen worden met hun toestemming (bij unanimiteit). Geen enkele beslissing van de bestuurders-rechtspersonen gebonden door deze overeenkomst kan opgelegd worden aan één van de andere vennoten die gebonden zijn door deze overeenkomst. Noch de statuten van de bestuurders-rechtspersonen, noch die van de gecontroleerde vennootschap mogen bepalingen bevatten die strijdig zijn met de bepalingen van deze overeenkomst.

De Minister heeft benadrukt dat met deze regels op een pragmatische manier moet omgegaan worden.


Wil je meer informatie?

Neem gerust contact op met je Oktav boekhouder.