De grootste fiscale revolutie in 20 jaar. We gaan (eindelijk) minder belastingen betalen - Oktav Live Boekhouden fiscaliteit zomerakkoord

De grootste fiscale revolutie in 20 jaar. We gaan (eindelijk) minder belasting betalen!

| | Fiscaliteit

Eindelijk...

De gesprekken zijn in de zomer van 2016 gestart, met een piek deze zomer met het fameuze zomerakkoord. Op dit moment zijn de meeste details reeds bekend, maar nog niet definitief goedgekeurd. Wat kunnen we al zeggen over het zomerakkoord en welke lessen leren we hieruit?

In dit stukje belichten we even het positieve nieuws. We gaan minder belastingen betalen! Eindelijk! Heel het zomerakkoord is opgebouwd rond het principe van de verlaging van het tarief van de vennootschapsbelasting. Overal is uiteraard te lezen dat heel de hervorming van de vennootschapsbelasting budget neutraal moet zijn en dat de verlaging van het tarief zal gecompenseerd worden door het afschaffen van heel wat specifieke gunstregimes, maar we kunnen er niet omheen. Voor onze KMO’s zal dit effectief een serieus voordeel opleveren omdat de zogenaamde “compenserende maatregelen” voornamelijk op het afschaffen van specifieke (niche)voordelen zijn gericht, waar de KMO’s vandaag toch al geen al te groot voordeel aan deden.

Vermindering tarief vennootschapsbelasting

Een verlaging van de vennootschapsbelasting dus... Op dit ogenblik betalen onze bedrijven nog een vennootschapsbelasting van nominaal 33%, welke wordt verhoogd met 3% crisisbijdrage. Deze crisis-bijdrage is onder Dehaene in de jaren 90 ooit ingevoerd als een tijdelijke maatregel om extra geld in het laatje te brengen. Jammer genoeg bestaat die bijdrage vandaag nog steeds. KMO vennootschappen kunnen daarentegen op dit moment in bepaalde gevallen gebruik maken van een verlaagd (opklimmend) tarief.

Op alle drie deze vlakken boeken we vanaf volgend jaar voordeel. Eerst en vooral gaat het basis-tarief vennootschapsbelasting in 2 trappen naar beneden. 33% wordt vanaf volgend 2018 29% en vanaf 2020 daalt dit verder naar 25%.

De crisisbijdrage, die nu nog ons tarief van 33% omhoog duwt naar 33.99%, daalt eveneens in 2 stappen naar 2% vanaf 2018 (waardoor het nominale tarief dan niet 29% maar 29,58% zal zijn) en zal vanaf 2020 helemaal worden afgeschaft.

Ook het verlaagde tarief krijgt een zo mogelijks nog groter voordeel. Het tarief verlaagt, wordt eenvoudiger én de voorwaarden worden voor heel wat vennootschappen minder strikt.

Bijkomende vermindering verlaagd tarief vennootschapsbelasting

Het verlaagde tarief kent op dit ogenblik een opklimmend karakter. Dat wil zeggen dat vennootschappen die hiervoor in aanmerking komen hun belasting berekend zien in verschillende schijven, een beetje zoals in de personenbelasting. Op de eerste 25.000 euro winst betalen vennootschappen (afgerond) 25% (inclusief crisisbijdrage), op de winst tussen 25.000 euro tot 90.000 euro betaalt een vennootschap nu 32% (nog steeds afgerond en inclusief crisisbijdrage) om op de winst boven de 90.000 euro meer dan 35,5% belasting te betalen. Inderdaad, meer dan het gewone tarief. De bedoeling hier is om het voordeel ‘variabel’ te houden en het voordeel te gaan afromen naarmate de vennootschappen meer en meer winst maken.

Dat stopt vanaf 2018. Alle vennootschappen die in aanmerking komen krijgen hier hetzelfde procentuele voordeel. Het verlaagde tarief daalt vanaf 2018 ineens naar 20%. In eerste fase zal je in 2018 en 2019 nog wel rekening moeten houden met 2% crisisbijdrage, waardoor het effectieve tarief 20,40% is, maar vanaf 2020 zal het effectief 20% zijn. Voor de eerste schijf van 100.000 euro aan winst. Op elke euro winst boven de 100.000 betaal je dan het “gewone” tarief van 29,58% (2018 en 2019) of 25% (vanaf 2020). Het voordeel op de eerste 100.000 euro winst behoud je dus steeds en wordt niet weggewerkt met een of ander “hoger” nominaal tarief. Als je aan de voorwaarden voldoet uiteraard!

Voorwaarden verlaagd tarief

Maar ook de voorwaarden wijzigen lichtjes. Wat zijn de voorwaarden om op dit ogenblik van het verlaagd tarief gebruik te kunnen maken? Je moet op dit moment aan 5 voorwaarden voldoen. Eerst en vooral moet je minstens 50% aandeelhouders natuurlijk personen hebben, dus niet meer dan 50% vennootschappen als aandeelhouders. Verder mag je geen financiële vennootschap zijn, moet je minstens 36.000 euro aan bezoldiging toekennen aan een bedrijfsleider (of als de bezoldiging gelijk is aan de winst is deze voorwaarde ook voldaan) en mag je geen dividend uitkeren dat groter is dan 13% van het fiscaal volstorte kapitaal. De laatste voorwaarde is dat je niet meer dan 322.500 euro winst mag hebben, aangezien in het huidige systeem je gemiddeld belastingtarief dan hoger zou uitvallen dan 33.99%, en dat is ook niet de bedoeling.

Eerst even de positieve wijzigingen. De laatste voorwaarde valt uiteraard gewoon weg, omdat die in het nieuwe systeem geen doel meer heeft. Maar ook de beperking op de uitkering van dividenden valt weg. De makkelijkste manier om gelden van je vennootschap naar je privé te krijgen aan een goedkoper tarief dan de toekenning van loon, is het uitkeren van dividenden, alleen kon dat praktisch niet als je het verlaagde tarief wou genieten. Aangezien deze beperking wegvalt boeken we bijkomend voordeel. We kunnen namelijk minder vennootschapbelasting betalen én tegelijk meer dividenden uitkeren.

Er zijn ook 2 zaken die strenger worden om van het verlaagd tarief te kunnen genieten. Eerst en vooral wordt de minimum-bezoldiging van 36.000 euro opgetrokken tot 45.000 euro. Opnieuw krijgen we evengoed het verlaagd tarief zo lang de bezoldiging op z’n minst gelijk is aan de winst van de vennootschap. Maar er wordt ook een nieuwe voorwaarde aan toegevoegd. Enkel kleine vennootschappen (volgens art. 15 van het Wetboek van Vennootschappen) kunnen hier vanaf 2018 van genieten. Vennootschappen zullen dus enkel van het verlaagde tarief kunnen genieten indien ze (samen met alle verbonden ondernemingen) niet meer dan één van volgende grenzen overschrijden:

  • Balanstotaal van 4.500.000 euro
  • Omzet van 9.000.000 euro
  • Jaargemiddelde personeelsbestand 50

Deze cijfers moeten geconsolideerd met alle verbonden vennootschappen worden bekeken. Een holding vennootschap(je) boven een grote groep, zal dus allicht niet meer van het verlaagde tarief kunnen genieten.

Wat leren we hieruit?

Alle vennootschappen zullen minder belasting gaan betalen. Van 33,99% over 29,58% in 2018 en 2019 naar 25% vanaf 2020. Bovendien krijgen we op de eerste 100.000 euro een voordeeltarief van 20% (20,40% in 2018 en 2019) indien we aan de hogervermelde voorwaarden voldoen.

Meer zelfs, we mogen nu het verlaagde tarief onbeperkt combineren met dividend-uitkeringen. Aangezien de meeste KMO-vennootschappen zich kunnen organiseren om aan 15% roerende voorheffing dividenden uit te keren (via VVPRbis of liquidatiereserve – maar dat is voer voor een andere discussie) wordt de totale belasting stevig teruggedrongen. Een winst voor belastingen van 100, kost dan nog 20 aan vennootschapsbelasting, waardoor er 80 overblijft. Op die 80 betalen we 12 roerende voorheffing (15% x 80). We houden van elke 100 euro binnenkort dus 68 over. Dat is in totaal slechts 32% belastingdruk... Feest!

Wens je meer informatie?

Roel Van Hemelen - Director Business Tax - roel.vanhemelen@moorestephens.be