Een nieuwe minimunbezoldigingsvereiste voor bedrijfsleiders NIEUWS - Oktav Live Boekhouden fiscaliteit zomerakkoord

Een nieuwe minimumbezoldigingsvereiste voor bedrijfsleiders

| | Fiscaliteit

Het tarief van de vennootschapsbelasting daalt tot 25% tegen aanslagjaar 2021. Voor kleine vennootschappen daalt het tarief onder bepaalde voorwaarden zelfs tot 20% op de eerste schijf van €100.000 aan belastbaar resultaat. Goed nieuws voor de belastingplichtige. Maar er zijn ook een aantal compenserende maatregelen. Het gaat onder andere over een fiscale “afstraffing” voor vennootschappen die niet voldoen aan een nieuwe minimumbezoldigingsvereiste. In dit artikel lichten we dit verder toe.

Wat houdt de minimum bedrijfsleidersbezoldiging in?

De vennootschap dient een minimum bezoldiging aan haar bedrijfsleider(s) toe te kennen. Dit om te ontmoedigen dat vennootschappen opgericht worden enkel om fiscale redenen. Maar ook om te voorkomen dat vennootschappen die voldoende winst maken de natuurlijke personen die actief zijn binnen de vennootschap enkel vergoeden door middel van dividenden.

De minimumbezoldiging bedraagt €45.000 of, als het belastbare resultaat lager is, een vergoeding die minstens gelijk is aan het belastbare resultaat van de vennootschap.

Deze minimale bezoldiging moet worden uitgekeerd aan minstens één van de bedrijfsleider(s) (zijnde natuurlijke personen).

Voor verbonden vennootschappen waarvan minstens de helft van de bedrijfsleiders dezelfde personen zijn in elk van deze betrokken vennootschappen geldt er een bijzondere regeling.

Om te bepalen hoe hoog de bezoldiging zal zijn, kan het totaal van de door deze vennootschappen aan een van diezelfde personen gestorte bezoldigingen gezamenlijk in aanmerking worden genomen. Het totaal van het bedrag van de minimum bezoldiging is dan in dit geval €75.000.

Als de regels niet worden nageleefd is de sanctie niet enkel dat het verlaagd tarief van 20% niet langer geldt, maar ook dat er een aparte aanslag van 5% (aanslagjaren 2019 en 2020) of 10% (vanaf aanslagjaar 2021) verschuldigd is op het verschil tussen de minimumbezoldiging en de hoogste bezoldiging die door de vennootschap aan één van haar bedrijfsleider(s) is uitgekeerd.

Voordelig of nadelig?

Je kan je de vraag stellen of deze nieuwe regels uiteindelijk in het voordeel of nadeel zijn van de belastingplichtige. Dit zal afhangen van de concrete feitenconstellatie en de vraag of de bezoldiging van de bedrijfsleider al dan niet verhoogd wordt om de sanctie voor het tekort aan minimumbezoldiging te omzeilen. Om hierop te kunnen antwoorden moet er rekening gehouden worden met:

  • het niveau van de bestaande bezoldiging (en de tariefschijf waarin deze belast wordt)
  • de sociale zekerheidsbijdragen
  • de gemeentebelasting
  • de vraag of de vennootschap onderworpen is aan het verlaagd opklimmend tarief
  • of de bedrijfsleider al dan niet enkel beroepsinkomsten ontvangt
  • de vraag of de bedrijfsleider al dan niet gehuwd is (toepassing huwelijksquotiënt)
  • enz.

Het gaat dus om veel elementen die elk hun invloed kunnen hebben.

Als de winst van de vennootschap hoger is dan €45.000 en de huidige bezoldiging (lager dan €45.000) niet verhoogd wordt om de sanctie te omzeilen zal, zeker voor aanslagjaren 2019 en 2020, de totale rekening nadeliger uitvallen. Vanaf aanslagjaar 2021 wordt de regeling mogelijks voordeliger in hoofdzaak door de verdere tariefdaling in de vennootschapsbelasting.

Als de bezoldiging wordt verhoogd tot het minimum van €45.000 of al minstens €45.000 bedraagt, leren verschillende hypotheses dat de nieuwe regeling in globo voordeliger uitvalt. In globo compenseert de daling van de verschuldigde vennootschapsbelasting de meerkost die voortkomt uit de verhoging van de bezoldiging. De vennootschap kan het fiscale nadeel voor aanslagjaren 2019 en 2020 dus wel degelijk ondervangen door de bezoldiging van de bedrijfsleider te verhogen tot het voorgeschreven wettelijke minimum.

We delen nog even mee dat deze afzonderlijke aanslag bij onvoldoende bedrijfsleidersbezoldiging voor kleine vennootschappen gedurende de eerste vier boekjaren vanaf oprichting niet van toepassing is, tenzij de vennootschap de voortzetting is van een werkzaamheid die voorheen werd uitgeoefend door een eenmanszaak of andere vennootschap.”.

Het betreft dus een maatregel die verder gaat dan enkel het voorzien in een voorwaarde voor het genieten van het verlaagd tarief voor kleine vennootschappen. Zoals hierboven vermeld, geldt deze sanctie voor alle vennootschappen (zowel kleine als andere) die hun bedrijfsleider(s) niet of niet voldoende vergoeden.

Wens je meer informatie?

Bert Lutin - Partner Tax & Legal - bert.lutin@moorestephens.be